Verslag

Op zondag 12 november 2017 vond in het Logegebouw aan de Maliebaan te Utrecht de studiedag "Ontmoeting met Anderson" plaats. Deze dag was een initiatief van de Nederlandse Grootloge der Gemengde Vrijmetselarij NGGV en de Internationale Orde der Gemengde Vrijmetselarij (IOGVM) ‘LE DROIT HUMAIN’. Aan de studiedag namen deel ruim 30 leden van deze organisaties èn van de masculiene Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Doel van de bijeenkomst was om, bijna 300 jaar na publicatie  van de Oude Plichten ("Old Charges") door Anderson hun waarde in de 22e eeuw te bezien.

De conferentie werd bij aanvang verrast door een bezoek van Broeder Anderson zelf. Hij heette de aanwezigen welkom maar sprak ook zijn verbazing uit over de aanwezigheid van dames in de zaal. In zijn tijd kon dat echt niet! Anderson hield vervolgens een betoog over het gedrag in de loge toentertijd en wat een belangrijke plicht was: dwing niemand meer te drinken dan hij hebben kan

Daarna volgde een inleiding door de voorzitter van een gemengde loge. Anderson en zijn constitutie werden in historische perspectief geplaatst. De oude plichten geven vrijmetselaren de kans om na te denken over hun grondbeginselen en de uitgangspunten van toen. Waarbij opgemerkt werd dat de redeneertrant en het begrippenkader nu volledig anders zijn dan in 1723. De Constitutie was niet geheim en werd verspreid. Gezien het formaat paste het makkelijk in een jaszak. De bedoeling was wellicht om de orde maatschappelijk geaccepteerd te krijgen. Wat het lidmaatschap van vrouwen betreft: in de sociale context van toen waren vrouwen afhankelijk van hun echtgenoot en moesten aan hem dienstbaar zijn. Daarmee waren zijn ze niet "vrij", dus konden ze geen Vrijmetselaar worden.

Vervolgens werd in een inleiding door een voorzitter van een vrouwenloge uitgelegd dat toentertijd als vanzelfsprekend bewust werd gekozen voor uitsluiting van vrouwen. Ook maakte men vanuit sociale gewoonte gebruik van bijbel, passer en winkelhaak, gangbare (voor)beelden in de toenmalige cultuur. Veel gedragsregels in de Constituties werden gepunt uit pastorale handboeken.

De derde inleiding ging over de Nieuwe Plichten. Die dateren uit 1974 en zijn het werk van een Oostenrijkse loge uit Wenen. Het betreft een Masculiene organisatie, niet gelieerd aan Engeland.
Het document bevat maar zeven bladzijden, is min of meer een manifest en is afgeleid van de oude plichten Broeders worden aangesproken om iets vooral te doen. De vraag die men zich stelt: Veranderen de tijden ons of veranderen wij de tijd? Vrijmetselarij kan alleen bestaan bij vrijheid van vergadering en vrijheid van mening. Een loge is een gespreksgemeenschap die zich met de vraagstukken van deze tijd mee bezig houdt, waarbij de dialoogvorm een groot goed  is, in plaats van debat of discussie.

Na de lunch hield een broeder van een mannenloge een verhaal over Anderson en de Oude Plichten. Hij legde uit dat het woord ‘plicht’ komt van het werkwoord ‘plegen’. Plichtplegingen is wat je gewoonlijk doet, niet zozeer omdat het van buiten is opgelegd, maar omdat "het hoort". Wat dat was, was in de tijd van Anderson niet algemeen verspreid, zeker niet in de vrijmetselarij waar de gegoede middenstand steeds meer de adel ontmoette en zich daarnaar wilde gedragen. Daarom was er behoefte aan uitleg van het correcte gedrag in adellijk gezelschap.

Tijdens het middagprogramma werden in drie simultane sessies de inleidingen van de ochtend verder uitgediept. Tijdens de terugkoppeling aan het eind van de middag werden enkele hoofdpunten benoemd. Zoals: net zoals landen hun (grond)wet in de tijd aanpassen, is ook binnen de vrijmetselarij periodieke aanpassing van de eigen regels gewenst. Het heeft daarbij de voorkeur de hoofdregels ("visie, missie") op een hoger niveau te verwoorden, zo dat alle vrijmetselaren die kunnen delen en er als eenheid mee naar buiten kunnen treden. De uitwerkingsdetails van zowel de Oude Plichten uit 1723 als de Nieuwe Plichten uit 1974 rond wat hoort zijn per definitie gedateerd. Er mag dus ruimte zijn om die in actuele termen te her-verwoorden. Bij voorkeur op een decentraal meer organisatorisch niveau ("huishoudelijk reglement"). Daarbij is dialoog een groot goed net als vrijheid van uitwerking. Daardoor kunnen Ordes en eventueel de loges daarbinnen zich, binnen de in de hele maçonnieke wereld gedeelde "missie en visie", van elkaar onderscheiden. Waardoor er een gevarieerd aanbod van in de kern verbonden vrijmetselarij ontstaat, waarbij velen uit de niet-maçonnieke wereld zich kunnen en willen aansluiten. Voorwaarde voor levende vrijmetselarij, ook in de 21e eeuw.

De dag werd besloten met een geanimeerde borrel.

bron illustratie www.rgle.org.uk